Het woord Polder

Het woord 'polder' betekende oorspronkelijk een verhoging. Een polder was oorspronkelijk een stuk land dat zich boven zijn omgeving verheft. Tussen de grote rivieren, in de Betuwe en langs de Rijn richting Duitsland heette een terp dan ook een poll.

Men vermoedt dat het woord polder vervolgens gebruikt werd voor het 'verhoogde land' dat beschermd werd met dijken tegen overstromingen. De eerste binnendijkse polders zijn die stukken land die in de lage moerasgrond het hoogst lagen. Door ontwatering en droogmaling oxideerde het veen en kwam de polder steeds lager te liggen. Het ligt dan ook voor de hand dat een polder het typische laagland onder waterspiegel omringt door dijken is geworden. Een polder had dus altijd een molen nodig om het water eruit te pompem.

Dat ook de meren en uitgeveende plassen, na te zijn drooggemalen en ondanks hun grote diepte tot wel zes meter onder NAP, polders werden genoemd, is dan ook niet verwonderlijk.